Provinciale Staten hebben ingestemd met de voorgestelde aanpassingen van het programma Zuiderzeelijngelden.
Naar aanleiding van een tussentijdse programma-evaluatie zijn veranderingen voorgesteld. De provincie en de betrokken gemeenten Noordoostpolder en Urk verwachten daarmee het resterende ZuiderZeeLijngeld optimaal te kunnen inzetten voor de economische ontwikkelingen in Noordelijk Flevoland.
Grootschaliger projecten
De ZZL-bijdrage is nu zonder maximum. Eerst kon de gemeente maximaal 2,5 miljoen euro uit ZZL-middelen beschikbaar stellen voor een project. Door deze bovengrens los te laten ontstaan betere kansen voor grootschaliger projecten die veel invloed hebben op de economische ontwikkeling van het gebied.
Overheden en ondernemers
Die projecten kunnen zowel door de betrokken overheden als door ondernemers in het gebied worden aangedragen. Een verandering is ook dat niet meer op projectniveau wordt geëist dat er 33% private cofinanciering aan een project wordt bijgedragen. Over het hele programma genomen moet er in totaal nog wel 33% private cofinanciering worden geïnvesteerd.
Langere looptijd
Het programma krijgt meer tijd om met deze aangepaste aanpak aan de slag te gaan. De looptijd is met twee jaar verlengd tot 2022. Daarmee is de looptijd van het ZZL-programma in Noordelijk Flevoland gelijkgetrokken met die van het ZZL-programma in Noord-Nederland. Deze gebieden hebben van het Rijk compensatiegelden ontvangen voor het niet aanleggen van de Zuiderzeespoorlijn.