FLEVOLANDS BOSRANDENBEHEER VOOR BIODIVERSITEIT EN HET WERKT PREVENTIEF TEGEN GROTE NATUURBRANDEN

04 aug , 20:15Natuur
IMG-20260620-WA0054
Aangeleverd door SBB
Al sinds 2007 werkt Staatsbosbeheer in Flevoland aan bosrandenbeheer. Dit beheer is gericht op het vergroten van de biodiversiteit en blijkt gunstig voor onder andere insecten, bosrandvogels en kleine zoogdieren. Het begon in het Kuinderbos.
De positieve resultaten, met name voor vlinders en libellen, hebben ertoe geleid dat inmiddels alle Flevolandse boswachters deze vorm van beheer toepassen.
De ambitie is om de komende jaren een aaneengesloten netwerk van soortenrijke bosranden te ontwikkelen, wat moet resulteren dat Flevoland de vlinderrijkste provincie moet worden in de nabije toekomst. Naast de ecologische winst heeft dit beheer nog een belangrijk voordeel. Door langs bosranden opgaande bomen selectief te verwijderen ontstaat meer licht. Hierdoor ontwikkelen zich struiken en kruiden, die meer vocht vasthouden dan een bodem die bedekt is met droge bladeren en naalden. Tegelijkertijd ontstaan beter toegankelijke bosranden die de brandweer kunnen helpen bij het beheersen van een eventuele natuurbrand.
VAN 5 NAAR 30 KILOMETER BOSRANDENBEHEER PER JAAR IN FLEVOLAND
In het Kuinderbos werd jarenlang jaarlijks ongeveer vijf kilometer bosrand beheerd. Na ongeveer tien jaar worden deze randen opnieuw aangepakt, waardoor een cyclisch beheer ontstaat dat vergelijkbaar is met hakhoutbeheer. Het vrijkomende stam- en takhout wordt verwerkt tot houtsnippers, waardoor een groot deel van de beheerkosten wordt terugverdiend en wordt periodiek “brandstof” verwijderd uit bosranden
Nu alle Flevolandse boswachters deelnemen aan het bosrandenbeheer, wordt jaarlijks ongeveer 30 kilometer bosrand aangepakt. Dat komt neer op ongeveer tien procent van alle bosranden.
De grootste biodiversiteitswinst ontstaat niet direct na de werkzaamheden. In het eerste jaar moeten kruiden en struiken zich nog ontwikkelen. Gedurende de daaropvolgende vijf jaar bereiken de bosranden hun hoogste natuurwaarde. Daarna nemen schaduw en boomgroei weer toe, waarna de cyclus zich na ongeveer tien jaar herhaalt.
Door deze werkzaamheden verspreid over de verschillende staatsboswachterijen uit te voeren, zijn er altijd geschikte leef- en foerageergebieden aanwezig voor vlinders, libellen, nachtvlinders, kleine zangvogels en kleine zoogdieren. Onlangs werden in het Kuinderbos onder andere een bunzing met jongen en de kleine ijsvogelvlinder waargenomen. Ook werden grote aantallen jagende libellen gezien.
OPEN BOSRANDEN KUNNEN NATUURBRANDEN AFREMMEN
Voor het ontstaan en de verspreiding van brand zijn brandstof, zuurstof en warmte nodig. Bosrandenbeheer vermindert de hoeveelheid droge, gemakkelijk ontvlambare vegetatie langs bosranden doordat struiken en kruiden de bodem bedekken en langer vochtig houden. Daarnaast zijn open bosranden beter toegankelijk voor brandweervoertuigen, waardoor een natuurbrand sneller kan worden bestreden.
Flevoland beschikt bovendien over veel oppervlaktewater, waardoor bluswater vaak dichtbij beschikbaar is. In het Kuinderbos is daarom op een strategische locatie een verharde opstelplaats aangelegd, zodat brandweervoertuigen snel water kunnen innemen. Door het bosrandenbeheer ontstaan er vele compartimenten met een dooradering van begaanbare bospaden “als bevelvoerder bij de brandweer is mij geleerd dat natuurbranden dan veel beheersbaarder worden en relatief klein blijven, als boswachter zie ik dagelijks de natuurwinst in de vorm van veel vlinders, jagende libellen, vogels en kleine zoogdieren” aldus boswachter en brandweerman Harco Bergman. Onlangs werd door de blusgroep Kuinre een nieuwe vorm van natuurbrandbestrijding geïntroduceerd, een natte stoplijn die ook prima inzetbaar is op de opengemaakte bospaden en kan helpen de bosranden nog natter te maken bij uitbreken van brand en zo snelle brand uitbreiding kan voorkomen. Voorbeeldenhttps://share.google/hh55y5T58w6kQ56sS
HET BLESSEN VAN BOSRANDEN
Ter voorbereiding op het nieuwe oogstseizoen worden momenteel zes kilometer bosrand in het Kuinderbos geblest. Met blauwe en oranje markeringen wordt aangegeven welke bomen behouden blijven en welke worden verwijderd.
Blauwe markeringen geven aan dat bomen beschermd zijn en tijdens de werkzaamheden niet beschadigd mogen worden. Twee horizontale oranje strepen markeren de grens van het “werkvak”. Tussen het pad en deze markering worden opgaande bomen verwijderd, waarna verschillende struiksoorten worden aangeplant. NB mocht uw redactie meewillen bij de voorbereiding voor het randenbeheer in het Kuinderbos neem dan contact op met de boswachter [email protected]incl uitleg kleuren en symbolen die gebruikt worden
EEN DOORLOPENDE NECTARBOOG
Door verschillende struiksoorten aan te planten ontstaat een zogenoemde nectarboog: van het vroege voorjaar tot in het late najaar is er bloei beschikbaar voor bestuivende insecten. “nectar is de kerosine van vlinders, ik noem ze vaak “dansende juwelen” 
Zo bloeit sleedoorn al vroeg in het voorjaar. Na bestuiving ontstaan bessen die later een belangrijke voedselbron vormen voor vogels en kleine zoogdieren. In de bosranden worden doorgaans zeven verschillende struiksoorten aangeplant, aangevuld met boomsoorten zoals zoete kers, tamme kastanje en linde. Deze soorten leveren niet alleen nectar en bloesem, maar ook vruchten die bijdragen aan een gevarieerd voedselaanbod voor tal van diersoorten.
loading

Loading articles...

Loading