Maaien met moderne maaibalk beter voor milieu

“Geweldig, wat een vlinders!” Dat zegt veehouder Gerard Keurentjes uit Rutten als hij een paar lengtes heeft gemaaid van zijn kruidenrijke grasland. Hij test er zijn nieuwe maaibalk.

Keurentjes wilde af van de grote, zware maaimachines die met hoge snelheid over zijn akkers rijden. Het past niet meer bij zijn biologisch-dynamische bedrijf waar de weilanden kleuren en gonzen van biodiversiteit. Via Mechanisatiebedrijf Dijkstra-Langeweg heeft hij een moderne versie van de maaibalk gekocht, waarmee hij het maaiwerk weer zelf gaat uitvoeren. Zaterdagmiddag werd de machine in het bijzijn van enkele genodigden in gebruik genomen. Dat gebeurde bij biologisch-dynamisch akkerbouwbedrijf Buitenbant in Bant waarmee Keurentjes landbouwgrond uitwisselt.

Betere hergroei

“Een primeur voor de polder”, zegt Ferdinand Dijkstra. Hij heeft de machine voor Keurentjes ingekocht bij importeur Mechanisatiebedrijf Hof uit Steenwijk. “Deze maaibalken zijn ontwikkeld voor alpenweiden met hellingen. Hier in Nederland zijn ze ideaal voor een gebied als de Weerribben. Daar kun je niets beginnen met zware machines.” Hij zegt over de voordelen: “Deze machines wegen niets vergeleken met gangbare maaimachines. Er is geen zware trekker voor nodig, dus je hebt weinig bodemdruk. Daarnaast is de maaibalk superflexibel en hij knipt het gras in plaats van dat hij het eraf slaat, waardoor de hergroei beter is.”

Diervriendelijk

Voor Keurentjes speelt nog een aspect mee. “Voor insecten is dit veel vriendelijker. Met een trommelmaaier gaat de helft dood en de rest raakt gestresst. Met de maaibalk valt het gras om en insecten blijven gewoon zitten. Ze worden niet verjaagd.” Er kan met de machine wel meer tempo worden gemaakt dan met de vroegere maaibalken. “Die snijbalkjes hadden één bewegend mes, met daaronder een vast mes dat dus niet bewoog. Dit zijn twee messen die tegelijkertijd tegen elkaar in bewegen en het gewas knippen in plaats van snijden. Daardoor kun je meer snelheid maken voor meer capaciteit.”

Pionieren

Het gewas dat gemaaid wordt trekt veel insecten aan. Keurentjes spreekt van een ‘saladebuffet’ met onder meer gele klaver, luzerne, cichorei, rode klaver, duizendblad en peterselie. “Menig veehouder zou zeggen: ‘Wat is dit? Kun je dit aan de koeien voeren?’ Dat snappen ze niet. Dat begrip moet in Nederland nog van heel ver weg komen.” Keurentjes begon zelf twintig jaar geleden al te pionieren richting biologische veehouderij. Onder de genodigden bevinden zich de andere twee biologische veehouders uit Rutten, Hakvoort en Middelaar. “Gerard heeft het ons geleerd”, zegt Jelle Hakvoort en Middelaar sr. voegt toe: “Gerard voert al lang geen krachtvoer meer bij. Zover zij wij op ons bedrijf nog niet.”

Biodiversiteit

Keurentjes laat in praktijk zien wat de boeren nu van bovenaf wordt opgelegd. “Ze moeten kruiden zaaien voor biodiversiteit. Maar als een boer daar geen ervaring mee heeft, dan valt het ‘m vies tegen. Je moet er het eerste jaar niets van verwachten, maar het jaar daarop sta je er versteld van wat er groeit. Dan moet je aankunnen. Nu wordt het opgelegd, maar als de boer de tijd er niet voor krijgt om het te leren, werk je de tweespalt alleen maar in de hand. Eigenlijk moet de boer het zelf al gezien hebben, van zo moet het. Dat wij het geleerd hebben en op deze manier werken, vind ik een enorme verrijking.”

tekst: Margé Hof

Reacties

X

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden